Begin september gaat in de projectruimte van het CBK Nijmegen een reeks tentoonstellingen van start onder de overkoepelende titel Tabularium. Met deze titel wordt verwezen naar het gelijknamige Romeinse bouwwerk wat fungeerde als staatsarchief. De tentoonstellingsreeks bestaat uit een 8-tal presentaties waarin telkens aandacht geschonken wordt aan één kunstenaar. Rode draad binnen het geheel is de focus op een archief van gedachten, als bron voor het te realiseren kunstwerk. De projectruimte wordt een plek waar geïnteresseerden een blik kunnen werpen op een archief van herinneringen en bedenkingen van degene die exposeert.
Archieven geven meestal maar een onvolledig beeld van het verleden. In deze tentoonstellingsreeks, waarin het de bedoeling is in te zoomen op één of meerdere projecten van een kunstenaar, is dit niet anders. Meer dan naar een vorm van ‘volledigheid’, wordt er gezocht naar het in beeld brengen van een karakteristieke werksfeer die de kunstenaar zowel beeldend als inhoudelijk kenmerkt. Die invalshoek vormt het uitgangspunt voor de presentatie.
Zowel kunstobjecten als objecten met documentaire waarde, afkomstig uit het ‘persoonlijk archief’ van de kunstenaar kunnen in de tentoonstelling verwerkt worden. De presentatie kan in die zin misschien geïnterpreteerd worden als een beeldverslag van een communicatie met de kunstenaar aangaande zijn werk. Er is altijd een bepaald focuspunt waarop wordt ingezoomd wat nooit uitsluitend een specifiek kunstwerk zelf (het ding op zich) is.
Niet onbelangrijk bij dit project is de sfeer en voormalige functie van de tentoonstellingsplek zelf. Op 30 augustus 2007 opent het CBK Nijmegen haar deuren op een nieuwe locatie, het voormalige gebouw van de Nederlandse Bank, gelegen op Klein Mariënburg in het hart van de stad. De projectruimte bevindt zich in de kelderverdiepingen waar destijds een kluis van zo’n 40m2, met daaronder een atoomschuilkelder, in ondergebracht werd. Ondanks wat verbouwingen op het gelijkvloers, blijven deze ondergrondse ruimten quasi geheel in hun oorspronkelijke vorm bestaan.
Op zich is zo’n ondergrondse kluis - geen daglicht, indrukwekkende stalen deuren van zo’n 30 cm dik, een oorverdovende stilte - geen voor de hand liggende plek voor tentoonstellingen. Daarentegen leent deze aparte context zich des te beter voor een specifieke mise-en-scène. Vandaar dat in het kader van Tabularium, de persoonlijk ideeën van de kunstenaar aangaande de inrichting van belang zijn en voorop staan.
“Willen we samenleven met de mensen om ons heen dan dienen we daarin een vorm te vinden, en die vorm vindt zijn uiting in dat wat wij als beschaving beschouwen. Geen kritiek die alles omver tracht te werpen. Wel kritiek die laat zien dat er meerdere dimensies zijn, en dat we nu eenmaal leven in een wereld van diverse waar-heden. Hoe je in die wereld te sterken is wat ik in mijn boekwerk tot uiting wens te brengen in een vorm die inspeelt op de beeldende cultuur die voor de huidige (evenals toekomstige) generatie een stuk leesbaarder is.”
Sam Vooren - juni 2007
Sinds enkele maanden maakt Sam Vooren, filosoof en beeldend kunstenaar, deel uit van een denktank bij de politie Amsterdam / Amstelland. Het betreft een werkgroep in het kader van het Juxtaprogramma, bestaande uit een aantal onconventionele denkers met een academische achtergrond. Ze onderzoeken actuele sociaalmaatschappelijke situaties waarin en waar tegenover een grootstedelijk politiekorps zich bevindt. Van hen wordt verwacht dat ze concepten uit hun vakgebied confronteren met het complexe werkveld van de politie.
Vorm en resultaten van de onderzoeksopdrachten die de denktankleden verrichten zijn niet op voorhand vastgelegd. Ze nemen daarin zelf initiatieven. Binnen dat kader heeft de kunstenaar het plan opgevat een beeldende filosofie, een soort van filosofisch kunstboek, te creëren. In dat boek wil hij verhalen vertellen die antwoorden geven op huidige probleemsituaties, laten zien hoe onbevattelijk complex alles is, en waarom dat gegeven misschien juist wel zou kunnen zorgen voor meer helderheid.
Momenteel werkt hij aan een eerste fase van dit onderzoek. Daarbij richt hij zich voornamelijk op het verzamelen van standpunten, uitgedrukt in zowel taal als in beeld. Eigentijdse filosofie wisselt hij af met een verdieping in de wereld van de comic. Hij verzamelt vragen die hij voor een deel beantwoord wil zien, voordat hij in oktober zijn onderzoek verplaatst naar New York, waar hij gedurende een periode van een aantal weken zijn recherche verder zal zetten. In het kader van de tentoonstellingsreeks: ‘Tabularium’ zal Sam Vooren de projectruimte voorzien van een installatie in de ruimte, waarin de diverse verzamelde gegevens in kader van dit lopende ‘onderzoek’ verwerkt zijn.
Aanvullende toelichting op het werk:
De bronnen waarbinnen de kunstenaar ten behoeve van zijn werk graaft, zijn zowel de Nederlandse als de Amerikaanse cultuur. S.V.: “De Nederlandse cultuur werd tot voor kort bezien als werkende vanuit het poldermodel. De Nederlanders waren tolerant en lieten ieder het zijne doen. Tegengestelden konden met ‘gemak’ naast elkaar bestaan. Inmiddels lijken we daar voor een groot deel op teruggekomen te zijn. De zogenaamde tolerantie heeft de nuancering meegekregen dat echte tolerantie (negativiteit ervaren, maar dat voor een deel accepteren) verre van makkelijk vol te houden is.”
Tegenover deze Nederlandse cultuur plaatst hij vervolgens de Amerikaanse. S.V.: “Amerika was/is het land van ‘goed vs kwaad’. Jarenlang werd in Amerika vol trots de superioriteit van hun eigen Christelijke moraal gepredikt. Films en comics toonden de ‘goede’ helden in gevecht tegen de ‘kwade’ schurken. En hoewel nog steeds een groot deel van de Amerikaanse cultuur gestoeld is op dit principe, is te zien dat er ook hier een nuancering heeft plaats gevonden. De ‘goede’ schurk en de ‘slechte’ held verschijnen steeds vaker op het toneel, daarmee de oude scheidslijn vervagend.”
Vanuit die twee tegengestelde kampen, die elk hun eigen waarheid zijn gaan nuanceren, gaat Vooren op zoek naar een verbreding van het blikveld. Hoe gaan ze om met hun innerlijke conflicten en wat valt daar eventueel van te leren?
Na Tabularium:
Het resultaat van dit onderzoek wat in de presentatie binnen de Tabulariumreeks tentoongesteld wordt, zal vervolgens naderhand verder doorgezet worden in oktober in New York zelf. Vooren gaat daar op verkenning bij de NYPD, nieuwsgierig hoe ze daar het ’kwaad’ benaderen buiten en binnen hun korps, hoe ze staan tegenover de ‘goed vs kwaad’ discussie, en hoe ze de manier ervaren waarop ze geportretteerd worden binnen de diverse culturele uitingen? Naast een bezoek aan de NYPD is hij eveneens van plan om bij Marvel en DC (de grote namen in de comic wereld) een en ander onder de loep te nemen.
Kenmerkend voor het werk van Sam Vooren is de heftigheid en absurde humor die door beeld- en schrijftaal, in het werk neergezet wordt.
Wat betreft de vorm:
Qua medium of techniek verandert hij nogal eens van koers. De ene keer schildert hij, dan weer maakt hij driedimensionale beelden of installaties, of gebruikt hij de fotografie. Op die manier legt hij linken naar bepaalde subculturen of eigentijdse maatschappelijke verschijnselen die – vaak door jongeren – ingezet wordt. Maar een rode draad doorheer zijn nog jong oeuvre is toch de tekening, met name zijn gestileerde comic-achtige tekenstijl.
Een ander steeds terugkerend kenmerk in zijn werk is de gelaagdheid, en dit bedoel ik zowel in inhoudelijke als in technisch-constructieve zin. Sam Vooren streeft naar een indrukwekkend totaalbeeld. Een beeld dat in het oog springt. Vandaar wellicht de neiging naar stillering en minimalisering van vormen. Maar daar kan hij het ook nooit bij laten. Hier of daar staat in de tekening altijd wel ergens een tekstregel of tekstballon dat het beeld aanvult. Op zijn website is duidelijk te zien hoe fanatiek hij ook op deze details de aandacht van de toeschouwer wenst te vestigen. De tekst die door de fotografische verkleining ten behoeve van het beeldformaat van de computer onleesbaar wordt, wordt zorgvuldig d.m.v. een toegevoegde voetnoot leesbaar weergegeven.
…Niets kan / niets mag de toeschouwer ontgaan.
Inhoudelijk heeft zijn werk een nadrukkelijke sociaal (soms politiek) bewogen inslag. Gevoed vanuit zijn opleiding filosofie is het beeldend werk van Sam Vooren een methode om bedenkingen aangaande de samenleving aan de orde te stellen. Hij is gefascineerd en ook wel in zekere zin bekommerd om wat er zich heden ten dagen in de samenleving afspeelt. Een thema dat momenteel zijn aandacht in beslag neemt, is de alom groeiende drang naar het creëren van veiligheid en bescherming. Hij analyseert gebeurtenissen, stelt vast dat bepaalde ontwikkelingen tot excessen leiden, ziet hoe de samenleving daarop dan weer anticipeert door steeds strakker de teugels aan te trekken door middel van nieuwe strengere overheidscontrole en regelgeving. Maar merkwaardig genoeg blijft de vraag bestaan of de oplossingen die aangedragen worden de situatie daadwerkelijk verbetert? Zowel onderwerp als beelden haalt hij uit wat de samenleving ons in ruime mate aanreikt: uit tijdschriften, kranten, strips, boeken, televisie, film, of zomaar van de straat.
In de tentoonstelling “SPIJT”, hier in de projectruimte in de kelder van het CBK Nijmegen, heeft hij een site-specifiek installatie neergezet. Collage, assemblage, briecollage, graffiti; al dat soort technieken en stijlvormen zijn ingezet om, gecombineerd met een duidelijk in scène gezette belichting, een sfeer op te roepen van een verborgen plek, een verscholen grot, een verlaten hol, een ondergrondse cel. Het geheel heeft een uitgesproken expressionistisch karakter. Het werk positioneert zich daardoor in een traditie van kunst die eerder wil beroeren dan bekoren. Dat is ook wat Sam Vooren zelf in kunst zoekt. Getuige daarvan is bijvoorbeeld z’n antwoord op de vraag waarom hij het werk van Jean Michel Basquiat bewondert: “Het werk raakt me, het wekt emotie bij me op” zegt hij daarover.
In ‘SPIJT’ is werk van de voorbije drie jaar geïntegreerd. Vroeger werk is met het meer recente aan elkaar geregen door toevoeging van nieuwe elementen die rechtstreeks op de muur van de expositieruimte, alsook deels bovenop het vroegere werk zijn aangebracht. De gestileerde cartoon en graffitieachtige beeldtaal toont uitvergrotingen van situaties uit de werkelijkheid. Als aanvullende component bij de tekening, implementeert Sam Vooren het gebruik van “krantenkop” en tekstslogans, of anders gezegd: de methode waarmee tegenwoordig de nieuwsmedia de aandacht van het publiek probeert te trekken op de actualiteit. Door het daadwerkelijk integreren van deze tekststroken, die losgetrokken zijn uit hun oorspronkelijk verband, creëert Vooren enerzijds een vorm van absurde nonsens-poëzie.
Anderzijds bewerkstelligt hij op een subtiele manier ook vragen omtrekt het effect van deze vorm van nieuwsoverdracht. Krantenkoppen dienen om de nieuwsgierigheid van de lezer in een minimum van tijd, te prikkelen. Dit zonder dat ze al te veel prijs geven van het eigenlijke verhaal. In die zin is de krantenkop een woordelijke stilering / een uitvergroting van deelaspecten van de werkelijkheid, en raakt ze in sommige gevallen de zone van emotionele expressie, meer dan het rationeel informatief gebied. De absurdistische poëzie die Sam Vooren er mee maakt roept vragen op. Hoe vaak wordt tenslotte niet enkel de krantenkoppen doorgenomen?
In dit verband roept de tentoonstelling op een ironische manier vragen op aangaande onze tegenwoordige verslaggeving van de werkelijkheid en het angsteffect wat dit in de samenleving misschien – of is het eerder: wellicht - aanwakkert.
Het atelier van filosoof en beeldend kunstenaar Sam Vooren, ligt vol tijdschriften en kranten. De stapels liggen er torenhoog op elkaar. Hij maakt geen selectie van artikels die hij rangschikt of opbergt. Wel bewaart hij enkel de bladen waarop hij geabonneerd is en die hij bijgevolg gelezen heeft (o.a. Volkskranten en VPRO-gidsen in overvloed dus). Die verzameling dag- en weekbladen is zowel technisch als inhoudelijk bruikbaar materiaal voor de kunstenaar. Taal en beeld zijn in zijn werk nauw met elkaar verbonden. Zijn kunstwerken zijn gelaagd, zowel inhoudelijke, als vaak ook letterlijk in technisch-constructieve zin.
Het werk van Sam Vooren heeft een nadrukkelijke politiek-sociaal bewogen inslag. Hij is een sociaal geëngageerd kunstenaar. Sinds de zomer 2007 maakt hij deel uit van een denktank bij de politie Amsterdam / Amstelland die sociaal-maatschappelijke situaties onderzoekt waartegenover een grootstedelijk politiekorps zich actueel bevindt. Vooren stelt in zijn beeldend werk voortdurend bedenkingen aangaande de samenleving aan de orde en schuwt daarin geen ironie of cynisme. Een thema wat hem tegenwoordig erg fascineert is de alom groeiende drang naar (het creëren van) veiligheid en bescherming.
'Spijt' was een tijdelijke site-specifieke installatie met een dramatisch in scene gezette belichting, waardoor de sfeer van een verborgen grot, een verlaten hol, werd opgeroepen. In de installatie werden collages en assemblages van de voorbije drie jaar aan elkaar geregen. Dit, door toevoeging van nieuwe elementen die zowel rechtstreeks op de wanden van de expositieruimte, als over het vroegere werk heen werden aangebracht. De gestileerde cartoonachtige beeldtaal werd deels getekend en deels met spuitbus op muur, vloer en plafond gespoten. Het geheel appelleerde aan situaties uit de werkelijkheid zoals we die aantreffen op verlaten plaatsen in de openbare ruimte, bijvoorbeeld onder afgelegen bruggen of in verlaten panden.
Een belangrijke component in de installatie waren de vele krantenkoppen. Sam Vooren integreert in zijn werk uitspraken waarmee de media de aandacht van het publiek probeert te trekken. Door het invoegen van deze uit hun oorspronkelijk verband losgerukte tekststroken, creëert hij cabaretachtige nonsens-poëzie. Hij werpt daarmee automatisch vragen op over het effect van krantenkoppen, die enerzijds een vorm van nieuwsoverdracht zijn, maar anderzijds tegelijk als lokaas dienen. Een verleidingsmanoeuvre om de nieuwsgierigheid van de lezer in een oogopslag te prikkelen, zonder de werkelijke toedracht van het verhaal al helemaal prijs te geven. In die zin raakt de krantenkop soms het gebied van emotionele expressie meer dan dat ze louter op een rationele manier informeert. Sam Vooren blaast dit gegeven op.
(Teksten zijn van de hand van Andree van de Kerckhove, de curator van het Tabularium project)